De levensduur blijft nog steeds stijgen!

De levensduur is de afgelopen decenia indrukwekkend gestegen. Dit kunnen we alleen maar toejuichen. Toch zorgt dit ook voor problemen in de sociale zekerheid...

De levensverwachting is de vermoedelijke (statistische) duur die je nog te leven hebt. Je kan die levensduur bepalen bijvoorbeeld op elke leeftijd. 

De levensverwachting bij de geboorte is de meest gebruikte levensduur: voor mannen is de levensverwachting 79 jaar en voor vrouwen ligt die hoger namelijk op 84 jaar


In de afgelopen eeuw is de levensduur enorm toegenomen. Rond 1900 was de levensduur niet meer dan 37 jaar. In de laatste 100 jaar hebben we dus ongeveer 40 à 45 jaren toegevoegd aan de levensduur!


Waaraan is deze evolutie te wijten:

- De sterk verbeterde hygiene, vooral proper drinkwater en riolering

- De beschikbaarheid van een evenwichtige voeding

- De levensomstandigheden zoals de beschikbaarheid van verwarming

- De evolutie van de geneeskunde. Vooral de controle over een heel aantal besmettelijke ziekten, de uitvinding van de antibiotica en peneciline zijn mijlpalen geweest die de levensduur hebben verhoogd.  Hierdoor is men er in geslaagd de kindersterfte nagenoeg volledig uit te sluiten. 


Het is dus vooral in de ontwikkelde wereld dat de groei van de levensverwachting te noteren viel. In sommige landen in Afrika noteren we nog steeds een levensduur van rond de 35 à 40 jaar. 


Kunnen we nog ouder worden? 

Vermoedelijk wel. De redenen waarom mensen sterven (en dus de levensverwachting verlagen) zijn verschoven. In de plaats van kindersterften en besmettelijke ziekten, zijn de belangrijkste doodsoorzaken nu kanker, hart en vaatziekten, suikerziekte. Ook typische ouderdomsziekten zoals altzheimer, krijgen nu de volle aandacht. De medische wetenschap heeft reeds een goede controle over deze ziekten, maar heel veel research is nog niet omgezet in practische oplossingen. 

Daarom bestaat er een goede reden om aan te nemen dat de levensduur nog zal stijgen

Even ter ondersteuning: in 1960 stierven nog 35 kinderen voor de leeftijd van 5 jaar op 1000 kinderen. In  2010 waren er dit nog nauwelijks 5!


Besluit: langer blijven leven, liefst in gezonde toestand, kunnen we alleen maar toejuichen. Maar langer leven betekent ook dat we de middelen moeten hebben om te leven. Zal het pensioen voldoende zijn? Zal het meegroeien met de index of niet? Wat met de ziekteverzekering (want hoe ouder, hoemeer beroep je doet op de ziekteverzekering)? Wat met de afhankelijkheid? Wie zal en kan die financieren? En wat moet ik zelf doen om een appeltje voor de dorst opzij te zetten? Hoe groot moet dat appeltje zijn? Allemaal essentiele vragen.