De vierde pijler of het gewone sparen op individuele basis

Je kan natuurlijk ook gewoon sparen zonder dat er speciale fiscale voordelen aan zijn verbonden. Dat noemen we de vierde pijler.

De vierde pijler is een begrip dat de laatste jaren ingang heeft gevonden. 


Toen het duidelijk werd dat de eerste pijler (het wettelijk pensioen), de tweede pijler (het extra-wettelijk pensioen via een werkgever), de derde pijler (via het langetermijn sparen of pensioensparen) samen misschien niet alle financiële behoeften afdekken voor de oude dag, heeft men deze naam toegekend aan alle mogelijke andere vormen van individueel sparen


We vinden dus hierin bvb:

- Het spaarboekje

- De kasbons en termijnrekeningen

- Beleggen in aandelen en obligaties

- Beleggen in fondsen bij een bank

- Sparen via een verzekering verbonden met fondsen (tak 23) of via een verzekeringsproduct met gewaarborgde intrest (tak 21)


Al deze vormen hebben geen specifieke fiscale gunstregimes; hierdoor onderscheiden ze zich van de derde pijler. 


Besluit: De vierde pijler is een verzamelwoord voor alle mogelijke manieren om te sparen zonder dat er speciale fiscale voordeelregimes aan verbonden zijn. Met het hele gamma pijlers, van het wettelijk pensioen tot het gewoon sparen, beschikt ieder van ons over de mogelijkheid om zijn oude dag voor te bereiden. De kernvraag die blijft is natuurlijk hoeveel je wenst te hebben voor je oude dag. Daarin is natuurlijk belangrijk dat je rekening houdt met de stijgende levensverwachting (zodat je langer zal leven), de mogelijke verdere vermindering van het wettelijk pensioen qua koopkracht (het wettelijkpensioen volgt maar gedeeltelijk de  levensduurte en dus kan je steeds minder doen met hetzelfde bedrag), de medische kosten, de afhankelijkheidskosten op hogere leeftijd...